Onlangs kwam ik het boek “Trauma. Je bent gek als je het niet hebt” van Robert Bridgeman tegen. Misschien heb je er nooit bij stilgestaan, maar ook jij hebt trauma’s. Dat we er nooit bij stilstaan is omdat we trauma meestal reduceren tot een schokkende gebeurtenis.
Vanzelfsprekend is dat een deel van het verhaal, maar er is ook meer. Je kan bijvoorbeeld een trauma doorgeven van generatie op generatie. Sommige experten schatten in dat meer dan zestig procent van de bevolking last heeft van nog een ander soort trauma, namelijk ontwikkelingstrauma. Kort door de bocht houdt dat in dat je iets gemist hebt in de verbinding met je ouders of je omgeving in je vroege ontwikkeling.
Vooraleer je je ouders gaat beschuldigen, toch even dit. Ontwikkelingstrauma heeft (gelukkig) niet altijd te maken met misbruik of verwaarlozing, maar vaak wel met verkeerde opvattingen over opvoeding. Moet je je kind bijvoorbeeld laten doorhuilen? Laat ons daar alvast duidelijk over zijn. Nee, als dat meermaals gebeurt kan dat invloed hebben op je zenuwstelsel tot op heel hoge leeftijd. Meer over ontwikkelingstrauma in een volgende blog.
Vaak kunnen ook kleine, op het eerste gezicht betekenisloze gebeurtenissen, tot trauma leiden. Wat een trauma wordt, heeft immers vooral te maken met de manier waarop je zenuwstelsel op een bepaalde gebeurtenis reageert. Dat betekent dat wat voor de ene mens extreem traumatisch is, voor de ander van veel minder betekenis kan zijn.
The body knows
Trauma is niet alleen een psychologisch gegeven. Drie onderzoekers hebben hierrond in de voorbije jaren heel wat baanbrekend werk verricht. Besselt Van der Kolk, Peter Levine en Steven Porges leggen er de nadruk op dat trauma ook iets lichamelijks is.
De Amerikaans-Nederlandse psychiater Bessel van der Kolk toonde aan dat trauma een invloed heeft op de structuur en de functie van de hersenen, meer bepaald op die gebieden die betrokken zijn bij emotieregulatie, geheugen en zelfbewustzijn.
Laat ons dat illusteren met een voorbeeld. Stel je bent als zesjarig kind ooit getuige geweest van een auto-ongeval. Eén van je ouders is daarbij gewond geraakt. Verder werd er in het gezin nog nauwelijks over het voorval gesproken. Iedereen in het gezin was immers blij dat iedereen er zonder kleerscheuren is uitgekomen.
Als dit voor jou een trauma is geweest, dan kan het een impact hebben op je emoties op latere leeftijd. Je schiet bijvoorbeeld snel in paniek als een ambulance passeert of als een auto naar jou gevoel te dicht komt. Veel kans dat je niet onmiddellijk de link legt met het trauma uit het verleden. Je doet pogingen om de angst en de paniek te onderdrukken, wat misschien zelfs tot vermijdingsgedrag kan leiden. Er wordt als het ware een no go zone gecreëerd. Je ontwijkt bepaalde situaties omdat ze je extreem veel stress bezorgen.
Deze no go zones zijn ook een lichamelijk gegeven. Trauma zet zich vast op het lichaam. Je krijgt overdreven veel spanning op bepaalde plaatsen of net een soort onderspanning. Dit is voor iedereen een gekend fenomeen. Zo krijg je bijvoorbeeld spanning in de schouders als je eens net te veel hooi op je vork genomen hebt. Bij niet-verwerkt trauma komt deze spanning vast te zitten. Er zijn stukken van je lichaam waar je niet meer naartoe gaat, waar je geen toegang meer toe hebt.
Niet verwerkt trauma
Niet-verwerkt trauma moet je zien als een traumacyclus die niet is afgewerkt. Peter Levine beschrijft in zijn boek De tijger ontwaakt hoe dieren na een traumatische ervaring beginnen te trillen en zo de spanning die in hun lichaam werd opgebouwd (onder de vorm van één van de traumareacties fight, flight, freeze) opnieuw uit hun lichaam te krijgen. Na een ongeval staan mensen soms te trillen op hun benen. Dat is een extreem gezonde reactie, alleen doen we dat meestal niet of nauwelijks, wat ervoor zorgt dat de flight, fight of freeze in ons lichaam blijft zitten.
Steven Porges voegde hieraan nog toe dat dit alles te maken heeft met de nervus vagus. Deze zenuw loopt doorheen ons hele lichaam, vandaar dat ze omschreven wordt als de ‘zwervende zenuw’. Porges stelde vast dat mensen niet noodzakelijk automatisch herstelden uit stress- en traumasituaties. Tot dan toe dachten wetenschappers dat ofwel het deel van ons zenuwstelsel actief was dat zorgt voor actie en beweging (en stress), de sympathicus, ofwel het deel dat ons zenuwstelsel opnieuw tot rust brengt, de parasympathicus. Porges ontdekte vanuit zijn onderzoek bij kinderen met autisme dat er nog een andere tak van het zenuwstelsel is die het geheel kan reguleren.
De polyvagaaltheorie
Vanuit dit inzicht leidde Porges’ verder onderzoek hem naar de polyvagaaltheorie. Deze onderscheidt twee takken in de nervus vagus: de dorsale en de ventrale tak. De dorsale tak verbindt de buik met het hoofd, de ventrale tak verbindt het hart met het hoofd.
De twee takken hebben een verschillende taak en een verschillende leeftijd. De dorsale tak is de oudste. In stress situaties kan ze je lichaam in freeze brengen. Dat mechanisme hebben we gemeenschappelijk met zowat het hele dierenrijk. Denk aan de hagedis die letterlijk bevriest om een aanvaller de schijn te geven dood te zijn, zodat deze de interesse verliest. De ventrale tak is evolutionair veel recenter en geeft, naast nog vier andere hersenzenuwen, vorm aan ons sociaal betrokkenheidssysteem. Omdat de ventrale tak sneller is, kan ze zowel de sympathicus als de dorsale vagus ’te vlug af zijn’. De ventrale tak is met andere woorden in staat om de andere twee te reguleren en kan daardoor een grote rol spelen in het omgaan met trauma.
Safety first
Aan trauma werken heeft dus alles van doen met het lichaam. Vandaar dat lichaamswerk een belangrijke ingangspoort is voor traumawerk. Dan kan het gaan over ademwerk, over EFT, over EMDR, over de-armouring, over mindfulness… In de meeste benaderingen legt men er de nadruk op dat veiligheid hierin een grote rol speelt en dat traumawerk heel geleidelijk gaat.
Veiligheid heeft alles te maken met verbinding. Als we in een stressreactie zitten (flight-fight-freeze), dan is het voor ons lichaam niet veilig om net naar die plaatsen te gaan waar trauma zit.
Maar, goed nieuws. Je kan zelf aan grenzen en veiligheid werken. Voor wie interesse heeft in dit soort werk geef ik daarom graag twee kleine ‘veiligheidsoefeningen’ mee. Ze lijken belachelijk eenvoudig, maar als ze met volle aandacht gedurende een langere periode en meerdere keren worden gedaan hebben ze wel degelijk een effect. Het zenuwstelsel leert traag, vandaar dat het goed is om de tijd te nemen. Als je interesse hebt om hier dieper mee aan de slag te gaan, neem dan gerust contact op.
Take away oefeningen
- Leer opnieuw je eigen grenzen voelen door zacht met je vingers op je huid te tikken. De zachtheid is hierbij cruciaal. (Remember: we werken aan veiligheid). Doe dit over je hele lichaam en concentreer op de sensaties in je huid. Neem vooral je tijd om dit te doen. Enkel de traagheid levert resultaat.
- Box breathing is een vorm van ademhaling waarin je in een vast ritme ademt. De meeste bekende vorm is die van 4 tellen in, 4 tellen adem inhouden, 4 tellen uit, 4 tellen adem inhouden… Je kan je daarbij een vierkant visualiseren waarbij elke zijde 4 tellen representeert. Met box wordt een deel van je zenuwstelsel (de zogenaamde nervus vagus) geactiveerd die je tot rust brengt.
