Uit het conflict tussen je hoofd en (de rest van) je lichaam?


Je staat op met een ambetant gevoel. Je voelt precies druk op je borst, een lichte brok in je keel (zou ik een keelontsteking aan het kweken zijn?), een vage spanning in je buik… Overdag functioneer je wel, je hebt er op het werk zelfs geen moment aan gedacht. Maar ’s avonds komt alles terug. Je ademhaling zit hoog, je lijf voelt onrustig en moe, je hoofd zit vol. En ergens denk je: er klopt iets niet. Dit zou niet zo mogen zijn. Misschien ook voor jou herkenbaar?

Je hoort andere mensen dan vaak zeggen: ‘Je moet luisteren naar je lichaam.’ Ja, maar… Ik voel wel wat ongemakken, maar wat bedoel je dan precies met ‘luisteren naar’? En om eerlijk te zijn hebben we in onze degelijke Vlaamse opvoeding meestal niet leren luisteren naar ons lichaam.

Voor veel mensen is het lichaam dan ook niet echt een plek van thuiskomen, maar eerder eentje van verwarring of vermijding. In onze cultuur is het hoofd koning.  Op school is het ook vooral het denken dat wordt geoefend en gewaardeerd. Het denken moet het oplossen, structureren, verklaren. Als je lijf zegt: “Ik ben moe”, zegt je hoofd: “Even doorbijten.” Als je buik zich samentrekt bij een moeilijke afspraak, zegt je hoofd: “Je stelt je aan.”  (Als West-Vlaming klinkt dat als: ‘Geweun deuredoen, niet trunten!’) Zo ontstaat er ruis, en op den duur: uitputting.

Het lichaam begint met fluisteren en gaat steeds harder roepen tot het gehoord wordt. Toch is ons lichaam niet onze vijand, maar onze bondgenoot. Meer nog, het lichaam is vaak sneller dan het denken. Neurowetenschapper Stephen Porges toonde met zijn polyvagaaltheorie aan dat je autonome zenuwstelsel in interactie staat met wat rondom jouw gebeurt. Je lichaam scant voortdurend – en grotendeels onbewust – of je omgeving veilig of bedreigend aanvoelt. Voel je je onveilig, dan schakelt je lichaam over naar één van drie overlevingsreacties: vechten, vluchten of bevriezen.

Die reacties zien er in het dagelijks leven vaak minder spectaculair uit dan we denken. Vechten herken je bijvoorbeeld in perfectionisme of controledrang. Je lichaam spant zich op, je ademhaling versnelt, je kaak klemt. Vluchten gebeurt via overwerken, scrollen, snacken (denk aan de chips ’s avonds in de zetel) of Netflixen – alles om maar niet te hoeven voelen. Bevriezen toont zich als verlamming: nergens toe komen, terugtrekken, dissociatie. Het lichaam wordt traag, zwaar, of lijkt ‘uit’ te staan.

En ondertussen ga je door. Want dat is wat we geleerd hebben: doorgaan. Je lichaam zegt nee, maar je hoofd zegt ja. En dus negeer je signalen die eigenlijk richtingaanwijzers zijn. Het is precies dit conflict – tussen voelen en moeten – dat zoveel mensen uitput en dat wel eens aan de oorzaak zou kunnen liggen van wat vaak als ‘welvaartsziektes’ wordt omschreven.

Waarom je lichaam wél weet wat jij nodig hebt

Psycholoog Paul Verhaeghe beschrijft in zijn boek Intimiteit hoe onze identiteit in de eerste plaats lichamelijk is. Vanaf het begin ervaren we onszelf via nabijheid, aanraking, ritme, stem. We leren wie we zijn via ons lichaam. En wat daar niet gevoeld mocht worden, wordt ergens opgeslagen – in spierspanning, ademhaling, lichaamshouding. Je lichaam herinnert zich dingen die je hoofd soms vergeten is. Dat is ook de reden dat ik in mijn praktijk bij een nieuwe cliënt vaak start met een observatie van de ademhaling. Hoe je ademhaalt vertelt immers grote stukken van jouw verhaal.

In therapie en coaching beseft men ook meer en meer dat echt herstel of echte verandering niet alleen gebeurt door praten of nieuwe inzichten, maar door het lichaam (opnieuw) te betrekken. Via interoceptie – het waarnemen van interne signalen zoals hartslag, ademhaling, spiercontractie – kun je leren voelen waar spanning zit, wat je nodig hebt, en wat jouw lichaam je eigenlijk wil vertellen.

Lichaamsgericht therapeut Jouri Calsius spreekt over het herstellen van de ‘lichaamsdialoog’. Die raakt vaak verstoord door trauma of chronische stress. Het lichaam wordt dan een gesloten deur, of een plek waar je niet wil zijn. Leren luisteren is dan niet zomaar een vaardigheid, maar een vorm van heling. Het betekent: vertragen, stil worden, zonder oordeel voelen wat er is. En stap voor stap weer opbouwen: vertrouwen, verbinding, veiligheid.

En ja, dat is spannend – zeker als je lijf niet altijd een veilige plek is geweest. Maar het is ook bevrijdend. Want je hoeft jezelf niet meer te overstemmen. Je mag weer luisteren.

Wat jij kunt doen om opnieuw te verbinden

Luisteren naar je lichaam begint niet met grote inzichten. Het begint met kleine momenten van aanwezigheid. Geen controle, geen prestatie – alleen voelen. Hier zijn een aantal toegankelijke manieren om opnieuw contact te maken:

  • Check driemaal per dag in bij je ademhaling

Sluit even je ogen. Voel waar je adem beweegt. Zit ze hoog in je borst, of laag in je buik, eerder links of eerder rechts? Volg de beweging zonder ze te sturen. Stel jezelf de vraag: Waar voel ik ruimte? Waar zit het vast? Leg eventueel je hand op die plek. Adem ernaartoe, zonder iets te forceren.

  • Leer opmerken wanneer je hoofd het overneemt

Heb je de neiging om jezelf te pushen als je moe bent? Om druk te zetten als je spanning voelt? Dat is vaak het hoofd dat overneemt. Merk het op, zonder oordeel. Alleen al dat bewustzijn kan iets verschuiven.

  • Zoek begeleiding

Als je lichaam lange tijd een onveilige plek was of als je je lichaamsdialoog wil verdiepen, kan het helpen om dit proces niet alleen te doen. Via ademhaling en lichaamsgerichte oefeningen kan coaching of therapie je stap voor stap opnieuw leren thuiskomen in jezelf – op jouw tempo, in volle vertrouwen.

Bronnen

Verhaeghe, P. (2020). Intimiteit. De Bezige Bij.

Porges, S. W. (2011). The polyvagal theory: Neurophysiological foundations of emotions, attachment, communication, and self-regulation. W. W. Norton & Company.

Calsius, J. (2017). Werken met een lichaam dat moeilijk doet. Een andere kijk op het psychosomatische lichaam in therapie. Acco.

Craig, A. D. (2002). How do you feel? The sense of the physiological condition of the body. Nature Reviews Neuroscience, 3(8), 655–666.

Mehling, W. E., et al. (2011). Body awareness: A phenomenological inquiry into the common ground of mind-body therapiesPhilosophy, Ethics, and Humanities.  Medicine, 7(6).

author avatar
Tomas Folens

Een reactie achterlaten

Ontdek meer van Conectar Coaching- Energiewerk

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder